Aandoeningen en ziektebeelden

A

De achillespees is de grootste pees van het menselijk lichaam. Het is een grote, dikke en stevige pees, die de oppervlakkige- en diepe kuitspieren verbindt aan het hielbeen. De achillespees is een kwetsbare plek. Irritatie of overbelasting van de achillespees kan leiden tot een ontsteking of scheur.

Achilles tendinitis is een verzwakte, pijnlijke achillespees, vaak met ontstekingsverschijnselen. Dit is een veel voorkomende kwaal bij sporters. Sporters hebben vaker te maken met plotselinge stop-/start-/draaimomenten en springbewegingen, welke de achillespees zwaar belasten.

Ontstaan

Het probleem kan veroorzaakt worden door een acuut moment, overbelasting van de achillespees (bijvoorbeeld het niet voldoende rekken of “warming up” voor het sporten) of het is een opsomming van meerdere, kleine stress-momenten door de jaren heen.

Meestal is een achilles tendinitis toe te schrijven aan een abnormale pronatie. De voetboog wordt te plat wordt het onderbeen draait meer dan normaal. Gevolg is dat de onderbeenspieren (de m.gastrocnemius en de m.soleus) meer rekken dan normaal. Net als een elastiek, hoe verder de spieren rekken, des te strakker ze worden. De kracht op de achillespees en het hielbeen (calcaneus) wordt groter, met als resultaat een pijnlijke ontsteking.

De voetboog wordt naar verloop van de tijd platter. Zeker bij fanatieke sporters, kan iemand jaren probleem-vrij zijn, maar jaren later toch achilles tendinitis ontwikkelen. Deze aandoening/klacht zie je ook vaak bij “weekend sporters” (onregelmatige sporters) en bij mensen die pas beginnen met sporten. Bij deze laatste groep, zijn de spieren en pezen weinig flexibel door inactiviteit. Personen die overdreven, fanatiek beginnen met sporten kunnen tendinitis klachten krijgen, omdat de spieren niet flexibel genoeg zijn om deze nieuwe krachten/belasting te verdragen. Het is daarom heel belangrijk dat personen, die pas beginnen met sporten de spieren goed te rekken, langzaam te beginnen en geleidelijk de activiteiten op te bouwen.

Bij vrouwen die veel/vaak hoge hakken dragen, passen de achillespees en spieren zich geleidelijk aan aan de kortere lengte, omdat de hiel niet helemaal op de grond gezet wordt. Wanneer dit gebeurd is, is overgaan op platte schoenen of sneakers een ramp voor de achillespees. Deze moet dan meer rekken dan gewoon is en raakt geïrriteerd of ontstoken. Daarom is het verstandig om hoge hakken niet dagelijks te dragen. Als dit toch nodig is, dan is elke ochtend en avond rekken van de achillespees zeer aan te raden.

Oorzaken samengevat

Slecht looppatroon:

  • Te veel naar binnen lopen (overproneren)
  • Te veel naar buiten lopen (oversupineren)
  • Slechte stand van de voeten
  • Scheefstand van bekken (beenlengteverschil)
  • Schoeisel en loopondergrond
  • Geen goede “warming-up” en training

Klachten

De pijn aan de achillespees bevindt zich meestal bij de aanhechting, op de hiel of tot 6 cm boven deze aanhechting.

In het acute stadium is de achillespees vaak: rood, gezwollen, warm en pijnlijk, duidelijke ontstekingsverschijnselen.

Een achillespeesblessure kan echter ook in een chronisch stadium geraken. Dan is er ook pijn in rust en langer dan 6 weken aanwezig.

De klacht uit zich vaak wanneer de achillespees kracht moet leveren of wordt gerekt )zoals op de tenen gaan staan en de hiel optrekken tijdens het lopen.

Wat kan een podotherapeut doen?

Als pijn ontstaat, zelfs na een goede warming-up en goede trainingsopbouw, dan kan de oorzaak liggen in het verkeerd of slecht functioneren van de voet.

Een podotherapeut kan dit onderzoeken en een passende therapie toepassen. Er zijn verschillende therapieën mogelijk. Bijv.: sportinlegzolen, schoenadvies, tijdelijke ontlasting (zool/of taping) in combinatie met fysiotherapie, loopadvies etc.

B

Oorzaken

Bij een beenlengteverschil is het ene been langer dan het andere been. Dit zorgt voor een scheefstand van het bekken.

Een beenlengte verschil kan jaren bestaan, zonder klachten te geven. Door een zwangerschap/ bekkeninstabiliteit of trauma kunnen de klachten niet afnemen. Het beenlengteverschil zorgt er voor dat de klachten in stand worden gehouden.
Na een operatie, bijv. heup-/knieprothese, kan ook een beenlengteverschil optreden. Het ene been is dan opeens langer dan de andere, dit geeft snel ontstane pijn. Bij kinderen kan door ongelijk groeien van de benen een lengteverschil ontstaan. Als er verder geen klachten zijn, hoeft dit niet (altijd) behandeld te worden.

Symptomen
Er kunnen klachten zijn in rug, heupen, knieen en voeten.

Wat kan een podotherapeut doen?

Als het beenlengteverschil klein is, past het lichaam zich zelf aan. Een hakverhoging en/of een podotherapeutische zool, afhankelijk van de klachten en de grootte van het beenlengteverschil, kan de behandeling zijn.
Een podotherapeut zal u niet altijd adviseren om een hakverhoging/ podotherapeutische zool in de schoen te doen. Dit is afhankelijk van de benodigde hoogte. Tot maximaal 1-1,5 cm kan in een schoen geplaatst worden. Als de compensatie groter dan 1,5 cm is, wordt er vaak een onder de hakverhoging onder de schoen (door de schoenmaker) geadviseerd.

Vaak is er sprake is van een relatief beenlengte verschil. Dan lijkt het alsof het ene been langer is dan het andere, terwijl dit niet zo is. Tijdens het onderzoek kijkt de podotherapeut naar o.a. de beweeglijkheid van bekken/heupen en de stand van de voeten. Als daar de oorzaak ligt, wordt dit behandeld en is vaak een hakverhoging niet nodig.

D

Diabetes Mellitus (diabetes) is een ziektebeeld of aandoening die voorkomt bij zowel jong als oud. Bij diabetes is het evenwicht in de bloedsuikerspiegel verstoord doordat de alvleesklier onvoldoende insuline produceert. Het kan ook zijn dat het lichaam onvoldoende gevoelig is voor insuline.

Insuline zorgt ervoor dat spieren en andere organen de energie kunnen gebruiken die in voeding zit. Als er te weinig insuline is, kunnen de lichaamscellen de brandstof die ze nodig hebben niet gebruiken. Er blijven dan te veel suikers in de bloedbaan waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt.

Het is heel erg belangrijk de bloedsuikerspiegel zo te reguleren dat deze binnen bepaalde grenzen blijft. Hierdoor kunnen complicaties worden voorkomen of uitgesteld. De regulatie kan door dieetvoorschriften, al dan niet in combinatie met tabletten of toediening van insuline. Een goed geregelde diabetes is daarom van zeer groot belang.

Voetklachten

Een groot deel van de patienten, die bij een podotherapeut in behandeling zijn, heeft voetklachten ten gevolge van diabetes. Dit zijn vooral mensen die al langere tijd diabeet zijn. Bijna 50% van deze groep ontwikkelen, op den duur, voetklachten ten gevolge van hun diabetes. Op langere termijn zal het samenspel van de verslechterde doorbloeding (angiopathie) van de voet in combinatie met het slechter functioneren van het zenuwstelsel (neuropathie) de oorzaak zijn voor het ontstaan van de diabetische voet.

Complicaties bij diabetes

Naarmate men langer aan diabetes mellitus lijdt treden er kenmerkende complicaties op.

Angiopathie: bloedvatafwijkingen die leiden tot vernauwing van de bloedvaten waardoor de doorbloeding van weefsels en organen wordt belemmerd. Als gevolg van de verminderde bloedtoevoer zal de kans op infecties vergroten en zal een wondje minder snel genezen. Dit kan in een ernstig geval zelfs leiden tot verlies van tenen of een deel van de voet.

Neuropathie: complicaties aan de zenuwbanen, waarbij de gevoelszin vermindert met name in de voeten en onderbenen. Men heeft vaak een doof gevoel in de voeten (het gevoel op watten te lopen). Ook kan een wond minder snel worden opgemerkt omdat men deze niet op tijd kan waarnemen. Men voelt geen pijn. Men krijgt een droge, dunne huid door de verminderde werking van zweetklieren. Hierdoor kunnen er ook eerder wondjes ontstaan.
Bij aantasting van de zenuwen in de voet kan er een afwijkende voetstand of instabiel looppatroon ontstaan. De kans op overdrukplekken/klachten op de tenen, onder de voet, hiel en enkel wordt groter.

Ulceratie (wondvorming): is veel voorkomend bij de diabetische voet en moet nauwkeurig behandeld en gezien worden door een podotherapeut om amputaties te voorkomen. Slecht zittende schoenen, maar zelfs naadjes van sokken kunnen wondjes creëren die niet gevoeld worden door iemand bij wie het oppervlakkige gevoel verminderd is. Een podotherapeut kan u voorlichten over hoe wondjes te voorkomen zijn en hoe ze behandeld moeten worden. Er is veel beweging in de markt van wondgenezing bij ulcera (wonden) bij de diabetische voet. Steeds weer worden er nieuwe verbandmiddelen vervaardigd die de genezing ten goede komen. De podotherapeut is van deze ontwikkelingen op de hoogte. Zeer belangrijk bij de wondgenezing is het regelmatig verwijderen van overtollig eelt ter plaatse van de wond.

Podotherapeut

Daar Diabetes Mellitus een systeemziekte is die meerdere delen van het lichaam aantast, is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk. De podotherapeut als onderdeel van dit multidisciplinaire team boekt succes met het voorkomen van amputaties aan onderste ledematen. Om tot deze preventie te komen zijn vroege herkenning van risicofactoren en regelmatige voetscreenings noodzakelijk.

Aanvullend op deze screenings, waarbij o.a. de gevoelszin en doorbloeding van de voeten wordt gecontroleerd, maar ook gekeken wordt naar (toekomstige) risico’s voor complicaties, bestaan de podotherapeutische mogelijkheden uit:

  • Instrumentele behandeling waarbij overmatig eelt verwijderd wordt
  • Instrumentele wondbehandeling
  • Een orthese om drukpunten/likdoorns te ontlasten of een afwijkende teenstand te corrigeren/ compenseren.
  • Podotherapeutische zolen om drukpunten te ontlasten of een afwijkende voetstand te corrigeren/ compenseren.

E

Het vormen van eelt is een natuurlijke reactie van het lichaam om de huid te beschermen. Eelt is een beschermende verdikking van de huid die ontstaat door abnormale druk en wrijving.
In delen van de wereld waar mensen veel blootsvoets lopen, kan een dikke laag eelt ontstaan onder de voet, waardoor er een beschermende laag ontstaat. In andere delen van de wereld, waar mensen meer op schoenen lopen, kan eelt onder de voeten juist een probleem zijn.
Eelt vind je meestal onder de bal van de voet en op de hiel. Deze plaatsen dragen de meeste druk tijdens het staan en lopen. Wanneer het eelt dikker wordt, geeft dit meer druk tegen de huid en er ontstaat pijn.

F

Wat is het?

Fibromyalgie hoort bij de weke delen reuma. Pijnklachten aanwezig in het bindweefsel en spieren, zonder duidelijke vergroeiing of ontstekingskenmerken. Fibromyalgie is een veelvoorkomende vorm.

De oorzaak van fibromyalgie is nog onbekend.

De klachten kunnen wisselend zijn. Veel voorkomend:

  • Pijn in de spieren, bindweefsel, in en rondom de gewrichten.
  • Vermoeidheid
  • Krachtverlies
  • Concentratieproblemen, vergeetachtigheid en stemmingswisselingen.
  • Slaapproblemen.
  • Stijfheid, ’s morgens bij het opstaan of na lang stil zitten.
  • Tintelingen in de armen of benen.
  • Hoofdpijn.
  • Buikpijn.

Bij fibromyalgie kunnen de symptomen behandeld worden. Een podotherapeut kan helpen bij het verbeteren van de stand van voeten en geeft schoenadvies. Bij fibromyalgie is geen sprake van een specifieke voetafwijking.

H

Hamertenen zijn tenen, waarvan de gewrichtjes gebogen zijn. Dit komt meestal door een dysbalans tussen de buig- en strekspieren van de tenen. Bijvoorbeeld bij verkeerd schoeisel, gewrichtsontstekingen, afwijkende voetstand met afwijkend looppatroon, breuk, etc.

Er zijn 2 soorten hamertenen:

  • flexibele
  • rigide (stijve)

Een flexibele hamerteen kun je met behulp van je vingers strekken. Meestal minder pijnlijk dan rigide.
De rigide hamerteen is dus niet met je vingers te strekken. Kan erg pijnlijk zijn en het loopvermogen ernstig beperken. Op hamertenen ontstaan, door druk tegen de schoen, vaak pijnlijke likdoorns. Hamertenen zorgen ook voor meer druk onder de voorvoet, deze kunnen daardoor overbelast raken.

Flexibele hamertenen kunnen vaak goed behandeld worden met een soepele siliconen orthese. Deze orthese zorgt ervoor dat de tenen gestrekt worden. Behandeling van een rigide hamerteen is meer gericht op bescherming en behoud van huidige stand.

Pijnlijke voorvoeten ten gevolge van hamertenen worden behandeld middels een orthese of drukontlastende podotherapeutische inlegzool. Soms wordt een hamerteen operatief behandeld.

Wat kan een podotherapeut dan betekenen?

Een podotherapeut kan na een eenvoudig bewegingsonderzoek goed aangeven of hij/zij wel of niet aan een hernia denkt. Zo ja gaat u weer naar uw verwijzer.
Als een verkeerde voetstand/voetafwikkeling de herniaklachten veroorzaakt kan de podotherapeut deze corrigeren met een zooltherapie.

Wat is het?

De heup bestaat uit de heupkom (acetabulum) en heupkop (femurkop). Er is sprake van heupartrose wanneer het laagje kraakbeen op de heupkop slijt.

Oorzaken

Een oorzaak is dat de balans tussen de weefselresistentie en de ernst van de weefselbeschadiging niet meer hersteld kan worden door het lichaam. Verder aangeboren oorzaken zoals congenitale heupdysplasie (ondiepe heupkom en een meer normale heupkop) en congenitale heupluxatie (verplaatste heupkop). Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld de ziekte van Perthes of Reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten).

Functioneel beenlengteverschil als oorzaak van heupartrose

Kan ontstaan doordat de gewrichten van de benen of de voeten niet gelijk staan. Het lange been geeft dan aanleiding tot een hogere druk in het heupgewricht. Dit kan dan leiden tot slijtage in de heup. Anderzijds kan heupartrose juist ook de oorzaak zijn van een beenlengteverschil. De zijde van de heup die versleten is wordt namelijk meestal minder belast. Dit wordt een schijnbaar beenlengteverschil genoemd.

Symptomen

  • Bewegingsbeperking
  • Crepitaties (krakende geluiden bij het bewegen)
  • Gewrichtsstijfheid
  • Hydrops (intra-articulaire zwelling)
  • Instabiliteit
  • Ontstekingen
  • Gewrichtspijn
  • (Soms) pijn in de lies of bil
  • Stramheid en langdurige ochtendstijfheid zijn belangrijke kenmerken van artrose in de heup. Bij stramheid komt de heup na een poosje rust met moeite op gang. De term artritis (gewrichtsontsteking) wordt gebruikt voor een groep ontstekingsziekten die gepaard gaan met stijfheid, zwelling en pijn en uiteindelijke schade in de gewrichten. Bij reumatoïde artritis (RA)ontstaat schade door ontsteking van het gewricht, bij artrose verdwijnt eerst het kraakbeen (schade) en ontstaat soms later secundair een ontsteking met zwelling, warmte en pijn.
  • Bij ochtendstijfheid zijn de gewrichten pijnlijk en moeilijk te bewegen. Dit laatste kan worden veroorzaakt door de blokkering van het heupgewricht door een stukje bot of kraakbeen. Naast de genoemde stijfheden als gevolg van artrose in de heup, komen ook functionele beperkingen door zwellingen en spierzwakten voor bij heupartrose.

Wat kan een podotherapeut doen?

De podotherapeut kan alleen iets betekenen als een functioneel beenlengteverschil de oorzaak is van de heupartrose. kan een podotherapeut hierbij van. Er kan dan aan de zijde van het kortste been een hakverhoging aanbracht worden. Tot maximaal 1 cm kan dit in de schoen, anders moet een schoenmaker dit doen.

Het hielbeen (calcaneus) is een groot en stevig bot. Heeft een belangrijke functie heeft bij het staan en het afwikkelen van de voet tijdens lopen.
De klachten die aan de onderzijde van de hiel gelokaliseerd zijn zullen nader worden besproken.

Calcaneodynie

Het vetkussen, dat zich onder de hiel bevindt, zorgt voor een goede demping tijdensstaan en lopen. Naarmate we ouder worden verliest dit kussen deels zijn functie. Het vetkussen kan dunner worden, dempend vermogen vermindert, waardoor het hielbeen overbelast of geïrriteerd kan raken.

Ontstaan van een peesplaatontsteking (fasciitis plantaris)

Tijdens het (hard)lopen wordt het peesblad bij elke pas aangespannen. Bij een verandering in de voetafwikkeling door standafwijkingen,zachte soepele schoenzolen of lopen op ongelijkmatig of hard terrein, kan dit peesblad ontstoken raken. De pijn bevindt zich langs dit peesblad en aan de binnenzijde van het hielbeen. Hielpijn treedt ook vaak op wanneer er na een sprong plat op de voet is neer gekomen. De natuurlijke schokdemping van de voet is weg waardoor de hiel en de peesplaat de ‘klap’ opvangen en overbelast worden.

Klachten hielspoor/peesplaatontsteking

Meestal is er een scherpe pijn bij het staan en een branderig of zeurend en stijf gevoel aan de hak en door de voet heen. Ochtendstijfheid en stijfheid na rust zijn karakteristiek, zoals bij veel peesontstekingen, evenals de startpijn gedurende de eerste meters lopen.
Afhankelijk van de ernst zal er ook pijn ervaren worden tijdens het lopen. Het is soms moeilijk om deze klachten van elkaar te onderscheiden, omdat ze nagenoeg dezelfde symptomen hebben en zich op dezelfde plaats manifesteren.

Hielspoor

Is een uitgroeisel van botweefsel aan het hielbeen in de vorm van een kromme doorn. Bevindt zich vaak daar waar de peesplaat aanhecht op het hielbeen. Met een röntgenfoto is dit aan te tonen. Indien er op de röntgenfoto geen afwijkingen te vinden zijn dan is er eerder sprake van een irritatie/ontsteking van de peesplaat. De pijnplaats bij een hielspoor is vaak met één vinger aan te wijzen.

Peesplaatontsteking

Dit peesblad (fascie) waaiert, naar de tenen toe, uit, tot de kopjes van de middenvoetsbeentjes. Het steunt het lengtegewelf van de voet ter hoogte van de zool (plantair) en vergroot als gespannen band de afzetkracht van de voet tijdens hardlopen of springen. Het peesblad is niet erg elastisch, omdat anders de voet fors zou doorzakken bij het staan en de afwikkeling verstoord kan raken. Een peesplaatontsteking (plantaire fasciïtis) wordt meestal veroorzaakt door een te grote trekkracht aan de aanhechting van de peesplaat onder de voet.

Podotherapie

Onderzoek moet uitwijzen of het hielbeen scheef staat of verkeerd wordt belast, Dit heeft invloed op het hielbeen zelf en de omgevende pezen, maar ook op de rest van de voet. Daarnaast wordt onderzocht of het gaat om een hielspoor, peesplaatontsteking of een combinatie van beide. Voor beide aandoeningen is het belangrijk de voet te ondersteunen om overrekking te vermijden.

Een goede stabiele schoen, al dan niet met een corrigerende inlegzool is een eerste vereiste. Daarnaast is het voor het echte hielspoor belangrijk de plaats van de botvorming te ontlasten, door het maken van een uitsparing in de zool. Een podotherapeut kan bij een peesplaatontsteking deze direct ontlasten door een taping, dit vermindert de spanning in de peesplaat. Als klachten ontstaan door een verkeerde voetstand, afwikkeling of belasting van de voet zijn er verschillende therapiemogelijkheden te bieden. Zoals (sport)inlegzolen, schoenadvies, tijdelijke ontlasting (tape en/of zool) in combinatie met fysiotherapie, andere orthesen, loopadvies. In hardnekkige gevallen is echter een injectie of een operatie noodzakelijk.

Wat is het?

In het hele lichaam heeft u ligamenten (banden), die de botten bij elkaar houden. Bij hypermobiliteit zijn deze banden te slap of te lang.

Oorzaken

Vaak is hypermobiliteit aangeboren. Door een verandering van de hormoonspiegel kunnen de ligamenten echter ook veranderen van spanning. Bijv. tijdens de zwangerschap. Deze verweking zal niet alleen plaats vinden in het bekken, maar ik het hele lichaam. Vaak hebben vrouwen na een zwangerschap grotere voeten.
Bij het ouder worden veranderd ook de spanning op de ligamenten. Het lichaam wordt vaak korter ( ook a.g.v. osteoporose) en de voeten worden langer. De botstukken worden daarbij niet langer. Door het losser worden van de ligamenten ontstaat er meer ruimte tussen de gewrichten, waardoor de voet meer ruimte in de schoen vraagt dan voorheen.

Bij kinderen in de groei, groeien ook de spieren en de ligamenten in de lengte. Doordat de verschillende structuren niet altijd in het zelfde tempo groeien ontstaat er soms een dysbalans. Het kind is dan niet sterk genoeg om de voet netjes neutraal onder het onderbeen te houden en zakt dan teveel naar binnen. Hierdoor kunnen klachten van diverse aard ontstaan. In de puberteit worden kinderen van zelf sterker en komt het lichaam meer in balans. Vaak is dat het moment dat ze sterk genoeg zijn om hun voet en been in de juiste stand te houden en zijn er ook geen klachten meer.

Symptomen

Te slappe banden kan over het hele lichaam voorkomen. Dit kan volgende klachten geven:

  • Vermoeidheid in de voeten/ benen/ rug. De slappe banden worden vaak gecompenseerd met het aanspannen van de spieren. Dit kan vermoeidheid in de voeten en benen geven.
  • Snel zwikken van de enkels
  • Pijnklachten in voeten, benen of heupen
  • Naar binnen staan van de voeten
  • Snel slijten van de schoenen

Een podotherapeut kan de voetstand en looppatroon verbeteren. De beenspieren worden dan op de juiste manier belast, waardoor men minder vermoeid zal raken. Door gebruik van de zolen oefent u de spieren op de juiste manier, waardoor de belastbaarheid ook groter zal worden. Er wordt een stabieler looppatroon gecreëerd. Door het verbeteren van de voetstand en het looppatroon, sluit ook het enkelbot (de talus) mooi in de enkelvork, wat de kans op zwikken verkleind.

Stevig schoeisel is van belang bij klachten van deze aard.
Daarnaast kunt u de spieren zelf versterken, door bijvoorbeeld regelmatig sporten of dagelijks spierversterkende oefeningen te doen.

I

Teennagels zijn erg kwetsbaar.

Eén van de oorzaken van een ingegroeide nagel is een afwijkende vorm van de nagel. Als een nagel boller loopt dan normaal (hyperconvex) ontstaat er meer druk in de nagelwal en kan er irritatie ontstaan. Verkeerd knippen van de nagels is ook een veel voorkomende oorzaak. De nagel moet altijd recht afgeknipt worden. De nagelhoeken mogen niet in de huid “weggedoken” zitten, moeten aan de voorkant van de teen een beetje uitsteken.
Transpirerende voeten maken de huid week en extra kwetsbaar. Te krappe schoenen geven teveel druk op de nagels. Tijdens bepaalde sporten (zoals voetbal en ballet) ontstaat er ook veel druk op tenen en nagels.

Een ingegroeide nagel is een veel voorkomende klacht, met name de nagel van de grote teen. De scherpe nagelpunt drukt in de huid. Een nagel is erg hard, de huid kan stuk gaan en ontsteken. Dit zorgt voor een pijnlijke zwelling aan de rand van de nagel. Vaak is alleen de nagelwal fors geïrriteerd. Kan dezelfde ontstekingsverschijnselen geven.

Een podotherapeut zal altijd proberen de oorzaak van het ingroeien te vinden. Als er een nagelpunt in de huid zit, wordt deze, indien mogelijk, verwijderd. De eventueel aanwezige ontsteking wordt verzorgd/ behandeld. U krijgt advies over de juiste verzorging van de nagels en evt. schoenadvies.
Ook kan een nagelbeugel (orthonyxie) voor een te bolle of ingroeiende nagel een oplossing zijn. Er wordt dan een beugeltje op de nagel geplaatst, om de druk van de nagel uit de nagelwal weg te halen. Soms kan hiermee de vorm van de nagel blijvend gecorrigeerd worden.

Zodra de klachten verdwenen zijn kan het soms verstandig zijn om de verdere verzorging van de nagels aan een voetverzorger (pedicure) over te laten. Vooral als nagels raar van vorm of moeilijk te knippen zijn kan hierdoor het terugkomen van de klachten voorkomen worden. Bij extreme klachten, zoals een sterk bloedende zwelling/ontsteking, kan het mogelijk zijn dat de podotherapeut niet meer kan behandelen. Dan zal een deel van de nagel chirurgisch verwijderd moeten worden. Hiervoor zal de podotherapeut terugverwijzen naar de huisarts.

Ischias is een irritatie of ontsteking van de grote zenuw (nervus ischiadicus), deze loopt van de lage rug, via de heup, naar de voet. Wordt veroorzaakt door een directe druk op deze zenuw. Bijvoorbeeld door versmalling van een tussenwervelschijf kan deze verschuiven. De zenuw komt in de knel.

De problemen worden vaak veroorzaakt door een veranderde functie of stand van de lage rug, bekken of been. Irritatie en uiteindelijk ontsteking van de ischias-zenuw is vaak te wijten aan overbelasting van de onderrug, problemen met wervel/tussenwervelschijven, artrose (slijtage), (bot)ziekten en artritis (gewrichtsontsteking) in de lage rug en bekken.
Ischias ook veroorzaakt worden door bovenmatige inspanning, overgewicht en slechte conditie of houding.

Kenmerkend zijn stekende of brandende zenuwpijn in de bil en uitstralende pijn in het been. Aangezien de klachten veel op elkaar kunnen lijken, worden ischias en hernia vaak door elkaar gehaald. Een gevolg van de pijn kan zijn dat de spieren in de rug verkrampen. Een langdurige verkramping van de rugspieren geeft echter ook weer pijnklachten. De rug voelt hard aan, is stijf en soms ontstaat zelfs een dwanghouding om de pijn te ontwijken.

Wat kan de podotherapeut doen?

Een podotherapeut kan onderzoeken of uw rugklachten een oorzaak hebben in een verkeerde voetstand, beenlengteverschil, afwijkingen in het looppatroon of dat het met uw schoeisel te maken heeft.
De podotherapeut kan u een gericht advies geven met betrekking tot de dagelijkse bezigheden of een passend schoenadvies. Daarnaast kan de podotherapeut middels een zooltherapie uw verkeerde voetstand corrigeren of, ingeval van een beenlengteverschil, dit opheffen.

J

Jicht is een pijnlijke ontsteking als gevolg van gekristalliseerd urinezuur in een gewricht. Meestal het grote teen gewricht, maar kan ook op een andere plek in de voet. Het gewricht wordt dik, rood en warm. Medicijnen kunnen de ontsteking en pijn verminderen. Het doet met name pijn wanneer het gewricht belast wordt. Soms kunt u ook last hebben van nachtelijke pijn.

Een acute aanval is te herkennen aan roodheid, warmte zwelling en pijnklachten. Een laken op de voet wordt niet goed verdragen. De huid rondom het gewricht is in eerste instantie rood en glanzend zijn. Na de aanval, bij het afnemen van de zwelling, kan deze schilferig worden. Jicht wordt behandeld middels medicatie waarbij de urinezuurspiegel in het bloed genormaliseerd wordt.

Er zijn enkele oorzaken waardoor een aanval gestart kan worden:

  • Stress
  • Alcoholgebruik
  • Overmatig eiwitrijk voedsel
  • Overgewicht
  • Koorts
  • Snelle vermagering
  • Het stoten van het gewricht

De behandeling bestaat uit ontstekingsremmers en een eventuele zooltherapie om de belasting van de voet te verbeteren.
Het te verwachten resultaat is dat jicht na ongeveer 3 weken vanzelf overgaat. Het heeft te maken met de stofwisseling die niet goed verloopt.

K

Wat leren kinderen over hun voeten? De voeten, steeds aan veranderingen onderhevig en gedurende het gehele leven het lichaamsgewicht moeten dragen.

Vele voetproblemen bij volwassenen zijn aangeboren of ontstaan op kindertijd. Regelmatig professionele aandacht en goede voetverzorging kan de kans op problemen op latere leeftijd verkleinen. Het negeren van een ongezonde voet kan klachten in andere delen van het lichaam veroorzaken, zoals benen of rug. Ook kan het persoonlijkheidsproblemen geven. Bijv. een kind met moeilijke voeten, kan een vreemd looppatroon hebben en/of opmerkelijke houding krijgen. Een kind kan daardoor verlegen/introvert worden en zal sportieve activiteiten vermijden. Het consulteren van een podotherapeut, pedicure of medische specialist kan problemen vaak voorkomen.

Baby voeten

De menselijke voet (één van de meest gecompliceerde delen van het lichaam) bestaat uit 28 botjes, banden, spieren, bloedvaten en zenuwen.
Na de geboorte zijn nog niet alle botstructuren in de voet volledig ontwikkeld. De voet- en beenspieren werken nog niet optimaal, omdat de aanhechting nog niet stevig is. Een kindervoet kan niet vergeleken worden met een volwassen voet. De voetjes van een zuigeling hebben vaak een platte vorm, doordat er onder de gehele voet een dik vetkussen zit. In de loop van de eerste levensjaren verdwijnt dit vetkussen geleidelijk en komt de voetboog langzaam tot stand. Een kindervoet groeit snel en bereikt, gedurende het eerste jaar, bijna de helft van de volwassen voet. Baby’s trappelen en spelen graag met hun voeten. Daarbij ontwikkelen de spieren, die de voeten voorbereiden op het lopen en dragen van gewicht. Deze bewegingen mogen niet belemmerd worden door te kleine babypakjes met voetjes eraan, te kleine schoentjes, te strakke sokjes of te strak ingestopte dekens. Verander ook de positie van de baby regelmatig. Te lang in één positie liggen, voornamelijk op de buik, kan te veel spanning op voeten/benen geven.

De eerste stapjes

Rond het eerste levensjaar (10 tot 18 maanden) gaan de meeste kinderen staan en lopen. Dit proces kan en mag niet overdreven gestimuleerd worden. Zodra de voet in staat is om het eigen lichaamsgewicht te dragen zal een kind uit zichzelf gaan staan en lopen. De eerste stapjes zijn meestal binnenshuis, het is niet nodig om het kind schoenen te laten dragen. Het lopen op blote voeten of sokjes helpt de voeten en spieren normaal te groeien en kracht te ontwikkelen. Als er buitenshuis gestapt gaat worden zullen de babyvoetjes natuurlijk beschermd moeten worden in lichtgewicht, flexibele schoenen, gemaakt zijn van natuurlijke materialen.

De groei

Als een kind de voeten belast, geeft dit een verandering in de stand van voeten en benen. Eerst staan de voeten uit elkaar met de benen in O-stand om het onzekere voortbewegen te vergemakkelijken. Rond het tweede jaar kan, soms vrij plotseling, een X-stand van de benen ontstaan. In de leeftijdsgroep twee tot en met vijf jaar komt een X-stand van de benen vaak voor. Meestal corrigeert deze stand na het vijfde jaar zich vanzelf. Gebeurt dit niet of niet snel genoeg, dan is er een behandeling nodig. Een kindervoet ontwikkelt zich continu, het is raadzaam om de schoen- en sokmaten iedere paar maanden te controleren.

Groeipijn

Het is bekend dat ongeveer 10% van de kinderen last heeft van groeipijnen. Meestal tussen de 4 en 14 jaar. Tijdens of na een groei-spurt kan het voorkomen dat de spieren korter zijn dan de botten. “Je zou kunnen zeggen dat de botten sneller groeien dan de spieren”. Dit resulteert vaak tot (tijdelijk) spierverkortingen. Het zijn soms vervelende klachten, maar daar groeien ze weer overheen.

Schoenen

Bij kinderen die nog niet of net lopen, is aan te raden om, ruime/soepele schoenen te laten dragen. Op het moment dat ze echt gaan lopen geldt het volgende schoenadvies:

  • Een stevig goed omsloten contrefort (hielpartij)
  • Hoge wreefsluiting, om schuiven in de schoen te voorkomen
  • 1 cm lengtetoegift, voor de groei en afwikkeling van de voet
  • Juiste breedte
  • Geen hak of een lage brede hak
  • Een buigzame loopzool, voor de afwikkeling van de voet. Bij voorkeur rubber met profiel, dit geeft meer schokdemping en zorgt ook voor meer grip met de ondergrond

Advies voor ouders

Lopen is de beste voettraining. Op blote voeten lopen is een goede activiteit, lopen op vuil en erg ongelijk terrein brengt natuurlijk risico’s met zich mee t.a.v. het oplopen van wondjes en verzwikkingen. In deze omstandigheden is het beter schoenen te dragen. Kinderen geven niet altijd aan wanneer zij pijn hebben. Vaak geeft een plotseling veranderd looppatroon aan dat uw kind “naar een pijn loopt”. Let dus altijd goed op het lopen van uw kind en neem bij aanhoudende problemen contact op met huisarts of podotherapeut. Wanneer kinderen voetpijn aangeven, “verzinnen ze dit meestal niet” neem het serieus en houdt in de gaten wanneer, waar en hoeveel pijn er is. Ook hier: neem bij aanhoudende klachten contact op met een professional.

Podotherapeut

Alleen als een kind veel valt of klaagt over pijn in de voeten/benen is er reden tot onderzoek. Soms verdwijnen afwijkingen spontaan, andere vragen om specifieke hulpmiddelen of behandeling. Aangeboren afwijkingen kunnen, indien tijdig herkend, door behandeling geheel/gedeeltelijk herstellen. Een verkeerde voetstand kan ontstaan als gevolg van standsafwijkingen van de knieën en/of heupen. Bij het uitgebreide voetonderzoek zullen ook de knie- en heupstand worden bekeken.
Hoewel veel voetproblemen ontstaan door blessures, vergroeiingen, ziekte of aangeboren afwijkingen, zal slecht schoeisel de dan al aanwezige factoren verergeren.

Het kniegewricht bestaat uit het bovenbeen (femur), scheenbeen (tibia), knieschijf (patella), gewrichtsbanden, kruisbanden en menisci. De knie is een scharniergewricht.

De meeste knieklachten ontstaan tijdens het sporten. Soms is een schop tegen de knie of een ongeluk de oorzaak van knieletsel, maar meestal worden knieklachten veroorzaakt door verdraaiing van de knie. Het onderbeen blijft dan staan terwijl de rest van het lichaam één kant opdraait of wanneer de voet vast blijft staan en het onderbeen één kant opdraait. Letsel van de collaterale banden (gewrichtsbanden) komen het meeste voor. Knieklachten kunnen ook ontstaan door overbelasting. Bijvoorbeeld wanneer een voet of enkel tijdens het staan en lopen naar binnen zakt, draait ook het onderbeen één kant op. Hierbij worden de binnenbanden van de knie vaak overbelast.

Artrose of slijtage, ook een vorm van overbelasting. Komt vaak voor bij oudere mensen of bij mensen die veel zwaar werk hebben verricht. Door de overbelasting slijt het
gewrichtskraakbeen, waardoor het een onregelmatig oppervlak krijgt.

Klachten Bij blessures of letsels aan de knie zien is er vaak een snel optredende zwelling die zeer pijnlijk is. Ook kunnen er klachten zijn van instabiliteit, of dat men de knie niet meer kan bewegen.
Bij artrose: pijn bij bewegen, een verminderde beweeglijkheid van de knie en vormverandering van de knie.

Een podotherapeut controleert tijdens het onderzoek de stand en afwikkeling van voet, enkel en knie controleren. Wanneer tijdens het lopen de enkel te veel naar binnen knikt (overproneert) of naar buiten (oversupineert) heeft dit effect op de knie en de structuren rondom de knie.
De podotherapeut kan dan de voetstand of voetafwikkeling corrigeren met behulp van podotherapeutische zolen en/of u een goed schoenadvies geven

De knieschijf is het botstukje, aan de voorzijde van de knie. Zit in de pees van de grote quadricepsspier (M.quadriceps) zit. De M.quadriceps loopt aan de voorzijde van het bovenbeen (femur) naar het onderbeen (tibia), zorgt ervoor dat je het been kunt strekken. De knieschijf verzorgt een soort hefboomwerking, verhoogt de kracht van de M.quadriceps.
De onder- en achterkant van de knieschijf is bekleed met kraakbeen. Kraakbeen zorgt ervoor dat de knieschijf een glad oppervlak heeft, om bij beweging gemakkelijk in de speciale groeve op het bovenbeen (femur) te glijden.
Veel knieklachten ontstaan wanneer het kraakbeen van de knieschijf geïrriteerd wordt of slijt (degenereren). Dit wordt dan chondromalacie of chondropathie genoemd.

De meest voorkomende oorzaak van knieschijfklachten heeft zijn oorsprong in hoe de knieschijf beweegt in de groeve van het bovenbeen (patello-femorale groeve). Dit kunnen we onderverdelen in 3 groepen:

  • Dysbalans in de M.quadriceps
  • Dysbalans door een afwijkende bot-/skeletbouw; X-benen en O-benen.
  • Dysbalans door afwijkingen in de anatomische aanleg van groeve of knieschijf; bijv. groeve te ondiep

Typerend voor mensen met patello-femorale klachten is de pijn bij bergaf/trapaf lopen, of de knie lang in een gebogen positie houden (lange autorit). Soms kun je de knie horen “knarsen” bij het traplopen of dat de knieschijf “klikt” wanneer deze gebogen wordt. Dit komt doordat de ruwe kraakbeen oppervlakten van de knieschijf en de groeve tegen elkaar schuren. Het kniegewricht kan op deze irritatie reageren met zwelling en ontstekingsverschijnselen.

Een podotherapeut controleert tijdens het onderzoek de stand en afwikkeling van voet, enkel en knie. Wanneer tijdens het lopen de enkel te veel naar binnen knikt (overproneert) heeft dit effect op de knie. De knie zal daardoor meer naar binnen draaien (endoroteren), hierbij wordt de knieschijf meer naar buiten getrokken en zal tegen de buitenrand van de patello-femorale groeve aan gaan lopen. Dit geeft pijnklachten en op de lange duur mogelijk slijtage van de knie.

Ook overdreven naar buiten lopen (supineren) kan dit soort klachten veroorzaken. De podotherapeut kan dan de voetstand of voetafwikkeling corrigeren met behulp van podotherapeutische zolen of u een juist schoenadvies geven. Vaak werkt de podotherapeut bij deze klachten samen met de fysiotherapeut die de bovenbeenspieren (M.quadriceps) zal trainen.

L

De pijn zit in de onderrug en/of het bekken. De wervelkolom heeft van nature krommingen. De kromming naar voren noemen we lordose, de kromming naar achter noemen we kyfose. Als deze krommingen te groot zijn, spreken we van houdingsafwijkingen.
Het bekken ligt naast het heiligbeen. Bekken en heiligbeen vormen de basis voor de wervelkolom. Tussen het heiligbeen en het bekken liggen twee gewrichten, de SI- gewrichten. Deze zijn belangrijk voor zitten, staan, lopen, draaien, enz. Elke beweging van het bekken/heiligbeen veroorzaakt een bewegingsverandering in de wervelkolom.

Spit of lumbago is vaak een plotseling hevige pijn onder in de rug tussen de billen en de onderste ribben. Is het gevolg van uitgerekte spieren, spierkramp of scheurtjes in spieren en/of ligamenten rond de ruggengraat.

Lage rugpijn ontstaat meestal door overbelasting van de rug en SI-gewrichten. Bijv: te vlug/te zwaar tillen, verkeerde beweging maken (spit), slechte lichamelijke conditie, veel autorijden, spanning, veel werken in dezelfde houding, verkeerde voetstand, beenlengte verschil en aangeboren afwijkingen.
Als één of beide SI gewrichten vastzitten ontstaan er veel moeilijkheden met lopen, zitten bukken, staan, enz.

Vaak zijn de klachten het gevolg van spanning(en) in één of meerdere ligamenten/spieren die hechten aan de wervelkolom. Rugpijn kan langzaam of plotseling (spit) ontstaan en gaat meestal gepaard met stijfheid. Soms is de pijn constant. De pijn kan ook optreden als u een bepaalde houding aanneemt. Hoesten, niezen en draaien van de rug maken de pijn meestal erger.
Lage rugpijn is vervelend, maar wordt meestal niet veroorzaakt door iets ernstigs. Óók niet als de pijn erg is. Het gaat bijna altijd vanzelf over. Langzamerhand krijgt u minder last en na een tijdje kunt u weer zonder pijn bewegen. Bij sommige mensen is de pijn binnen enkele dagen over, soms duurt het een paar weken.

Door een scheefstand van de SI-gewrichten ontstaat er een verkeerde houding. Hierdoor kunnen er bijvoorbeeld de volgende klachten ontstaan:

  • Been / Knie / Voetpijn
  • Heup / Bil / Liespijn
  • Pijn tussen de schouderbladen
  • Nek / Schouderpijn
  • Hoofdpijn

De behandeling bestaat uit het controleren op beenlengteverschil en indien nodig behandelen middels een hakverhoging. Een afwijkende stand en/of functie van de voeten heeft invloed op de stand en functie van bekken en wervelkolom. Corrigerende zolen kunnen hiervoor een oplossing bieden. Ook wanneer u tijdens het lopen onvoldoende demping heeft zijn zolen een eventuele oplossing. Daarnaast wordt er nog schoenadvies aan u gegeven.

Een likdoorn (eksteroog) is een pijnlijke, naar binnen groeiende eeltknobbel, veroorzaakt door langdurge druk of wrijving.

De behandeling

De likdoorn kan verwijderd worden. De oorzaak wordt behandeld middels een (siliconen) orthese of podotherapeutische zool.

De ziekte van Ledderhose is een onschuldige en pijnloze verdikking van de bindweefselcellen onder de voet. Dit geeft kleine zichtbare/voelbare knobbeltjes op de peesplaat van de voetzool.

Oorzaken

De ziekte van Ledderhose kan erfelijk zijn. Het kan ook in de handen voorkomen, de ziekte van Dupuytren.

Symptomen

De ziekte van Ledderhose geeft vaak geen klachten. Meestal is de bult onder de voet pijnloos. Een afwijkende stand van de voet kan de peesplaat (waar de bindweefsel-knobbel zitten) overbelasten. De peesplaat wordt verkort door de aanwezigheid van een bindweefsel-knobbel. Als de voet tijdens de afwikkeling teveel naar binnen zakt, wordt de rek op de peesplaat groter. Dit kan pijn geven.
Als de bult erg groot wordt, kan dit klachten bij staan/lopen geven en ruimtegebrek in de schoen geven.

Behandeling

De bultjes worden niet operatief verwijderd, omdat ze vaak terugkomen. Bij veel pijn bij lopen kan een podotherapeutische zool de rek op de peesplaat verminderen.

M

In de groeifase moet het hielbeen in verschillende richtingen groeien. De groeischijf van het hielbeen zit aan de achterzijde van het hielbot. Net erboven hecht de achillespees aan en sommige vezels lopen door tot onder de hiel. De buitenste schil van het hielbeen (calcaneus) heet apophyse, zodat een ontstekingsreactie hiervan apophysitis calcaneï wordt genoemd. Of ook wel Morbus Sever.

Morbus Sever komt vaak voor bij (actieve) kinderen tussen 8 en 13 jaar en meer bij jongens dan bij meisjes. In deze leeftijdscategorie, komen bij belasting van het hielbeen, soms onregelmatigheden in de niet volgroeide groeischijf voor. Druk op het hielbeen bij het stoten van de voet en veel springen veroorzaken dan pijn en soms zwelling van de achterzijde van de voet (de hiel). Röntgenfoto’s kunnen de aandoening aantonen, maar vaak zijn de leeftijd van de jonge sporter en de plaats van de pijn al voldoende om de diagnose te kunnen stellen.

De pijn kan veroorzaakt worden door: trauma/letsel, overgewicht, op blote voeten lopen of grote lichamelijke activiteiten (rennen en springen). Ook kan een afwijkende stand van het hielbeen een grotere trekkracht aan de achillespees geven waardoor de hielpijn geprovoceerd kan worden. Sporten zoals basketbal, tennis en voetbal provoceren de klachten. Wanneer de groeischijf zich sluit zal de pijn verdwijnen.

De behandeling van deze steriele ontsteking van het groeiende hielbot bestaat uit een beperking van de hielbelasting bij sporten. Het is echter wel mogelijk om kinderen zonder pijn te laten sporten. Na een onderzoek kan een podotherapeut bepalen of een schoenadvies (dikkere dempende schoenen), dan wel een podotherapeutische inlegzool voorgeschreven dient te worden. De therapie zal nodig zijn tot het moment dat de groeischijf volgroeid is en de hiel dus de belasting kan dragen.

Een Mortonse neuralgie is een zenuwbeknelling tussen twee middenvoetsbeentjes. De beknelde zenuw raakt hierdoor geïrriteerd. Meestal betreft het de zenuw tussen het 3e en 4e middenvoetsbeentje, soms ook tussen het 2e en 3e middenvoetsbeentje. Wanneer de zenuw erg geïrriteerd is, kan hij opzwellen waardoor de kans groter wordt om tussen de middenvoetsbeentjes klem te komen zitten. Het probleem ontstaat vaak op deze plek omdat hier twee zenuwbanen samen komen. Waar deze twee zenuwen samenkomen, is de zenuw dikker in doorsnede dan de andere zenuwen die naar de tenen gaan. Ook ligt de zenuw in het onderhuidvetweefsel, net boven het vetpolster van de voet, dichtbij de arterie en venen (bloedvaten). Boven deze zenuw ligt een dik ligament (band) die de middenvoetsbeentjes bij elkaar houdt. Dit ligament is erg sterk en vormt het dak boven de zenuw. Het grondoppervlak drukt, met elke stap, van onderuit tegen de verdikte zenuw en het dikke ligament geeft een druk naar beneden. Dit veroorzaakt compressie van de zenuw in de smalle ruimte tussen de middenvoetsbeentjes.

Ontstaan

De oorzaak van deze aandoening kan velerlei zijn. Vaak is een afwijkende voetstand debet aan het begin van de klachten, dit uiteraard in combinatie met de belasting en activiteiten die ondernomen worden. Verschillende activiteiten, zoals rennen, tennis, voetbal of het gebruik van strak zittende schoenen of lopen op hoge hakken, kunnen neuralgische (zenuw) klachten veroorzaken.

Klachten

De symptomen in de beginstadia van de klacht worden voornamelijk gekarakteriseerd door acute perioden van pijn in de voorvoet met uitstralende pijn naar de tenen. De pijn treedt bijna altijd plotseling op tijdens lopen/sporten en heeft het karakter van kramp of een snijdende pijn. Het uittrekken van de schoen en het masseren van de voet bezorgt de meest snelle verlichting van de klachten. Op den duur komen de pijnperioden steeds sneller en deze houden langer aan. De klachten verdwijnen niet meer zo snel door het uittrekken van de schoenen of massage. Op den duur kunnen zenuwverdikkingen (neuromen) zo dik worden dat het onmogelijk wordt om zonder pijn schoenen te dragen en wordt de pijn chronisch.

Podotherapie

Bij de behandeling in de acute fase is het belangrijk om de overdruk op te heffen en te zorgen dat de zenuw weer “vrij” komt te liggen. Dit kan door middel van taping, een podotherapeutische inlegzool of een teenorthese. Een passend schoenadvies is ook een therapie mogelijkheid. Bij chronische klachten is het medisch gezien mogelijk om een injectie met corticosteroïden te geven of een chirurgische ingreep waarbij de zenuw of de verdikking verwijderd wordt. Indien dit noodzakelijk is, wordt u hiervoor terug verwezen naar uw huisarts.

P

Posttraumatische dystrofie (PD) is een complicatie, die na een letsel of operatie aan een arm of been, ontstaat. De ernst staat los van de ernst van het letsel. Een klein letsel, bijv. kneuzing van de hand, een ernstige vorm van PD geven. Een zwaar letsel, zoals een gecompliceerde enkelbreuk, kan in lichte mate PD geven.
PD is één van de belangrijkste oorzaken van functieverlies en invaliditeit na ongeval of operatie aan een lidmaat. Alle weefsels en functies van een arm of been kunnen door PD worden aangetast. Er kan ernstige invaliditeit en moeilijk te behandelen pijn optreden. De patiënt kan in een maatschappelijk en sociaal isolement terecht komen.

Jaarlijks krijgen 8.000 mensen deze complicatie na een letsel. In enkele gevallen ontstaat PD spontaan. Het overgrote deel van de 8.000 mensen geneest binnen korte tijd, vaak zonder restverschijnsel. De overige patiënten krijgen te maken met een langdurige of zelfs chronische situatie. Er zijn zeker 20.000 chronische PD-patiënten in Nederland. Posttraumatische dystrofie komt bij alle leeftijden voor, maar vaker tussen de 45 en 60 jaar en meer bij vrouwen (75%) dan bij mannen.
PD is ook bekend onder de namen Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie.

Oorzaak / Theorieën

Er zijn een aantal theorieën over het ontstaan van PD. De theorie over de (over)reactie van het sympathisch zenuwstelsel en de ontstekingstheorie staan op de voorgrond.

Klachten

Posttraumatische sympatische ontregeling in arm/been na een trauma/operatie.

Bestaat uit 3 stadia:

  • acuut stadium (warme stadium): ontstekingsverschijnselen, bewegingsbeperking, toename van haar- en nagelgroei en een droge huid.
  • stadium (koude stadium) overmatige sympathicusactiviteit (koude, vasoconstrictie, cyanose en een glanzende, klamme huid), afname van haar- en nagelgroei en toenemende plaatselijke osteoporose.
  • irreversibel stadium; atrofie van spier- en botweefsel en gewrichtsverstijving, altijd aanwezige pijn die verergert door activiteit van het aangedane lichaamsdeel, allodynie, hyperalgesie, hyperpathie, algodystrofie.

R

Op de site van reuma-online.nl is een nieuwe versie van de special “Reuma en voeten” geplaatst. Klik op onderstaande link voor meer informatie.

www.reumafonds.nl

De rug: kyfose & lordose & scoliose

De wervelkolom bestaat uit 24 wervels: dit zijn 7 hals(cervicale) wervels, 12 borst (thoracale) wervels en 5 lende (lumbale) wervels. Onder de laatste lendewervel zitten nog 5 aan elkaar vastgegroeide wervels die het heiligbeen (sacrum) vormen. De wervelkolom heeft een S-vorm. In het borst- en heiligbeengedeelte komen krommingen voor met de bolle kant naar achteren – dit heet een ‘kyfose’. In het lende- en halsgedeelte komen krommingen, met de bolle kant naar voren – dit heet een ‘lordose’. De normale en natuurlijke krommingen in de rug zorgen ervoor dat het gewicht van het bovenlichaam door de wervels gedragen kan worden en schokken kunnen worden opgevangen.
Sommige mensen hebben een zijdelingse kromming in hun wervelkolom – dit wordt een ‘scoliose’ genoemd.

Kyfose

Een kyfose is een normale kromming van de wervelkolom. Maar het kan ook voorkomen dat een kyfose versterkt aanwezig is. Iemand met een versterkte kyfose heeft vaak een slungelige houding, met voorover gebogen schouders en nek. Vaak ontstaan er bij deze mensen rugklachten. Bij oudere mensen wordt, door de achteruitgang van de kwaliteit van de tussenwervelschijven, ook vaak een versterkte kyfose gevonden.

Lordose

Bij iemand met een veel te holle rug spreken we van een versterkte lordose. Een matige of lichte lordose in het lendegedeelte van de wervelkolom is normaal. Een sterke lordose komt veel voor bij mensen met een dikke buik en bij mensen met slappe buik- en rugspieren. Een versterkte lordose geeft vaak rugklachten. Bij zwangere vrouwen wordt ook regelmatig een toegenomen lordose gezien die in de regel weer verdwijnt na de zwangerschap. Ook een voetstand of voetafwikkeling, waarbij de voet teveel naar binnen zakt, kan een versterkte lordose veroorzaken. Wanneer de voet te veel naar buiten zakt, kan dit de normale lordose juist verminderen.

Scoliose

Een scoliose is een zijwaartse bocht in de wervelkolom. Scoliose kan ontstaan als aangeboren afwijking, maar soms treedt er scoliose op als ‘compensatie’ voor een lengteverschil tussen de beide benen. Als de scoliose gepaard gaat met een kyfose, ontstaat er een bochel. Bij meisjes zien we vaker een scoliose dan bij jongens.
In zeer ernstige gevallen, wanneer de rugafwijking zeer uitgebreid is, kunnen er later problemen met hart en longen ontstaan.

Beenlengteverschil

Zoals u hierboven heeft kunnen lezen, is een beenlengteverschil een mogelijke oorzaak voor het ontstaan van een scoliose. Een beenlengteverschil kan aangeboren zijn of door een trauma/ongeluk worden veroorzaakt, waarbij er een blijvend verschil in lengte tussen beide benen aanwezig is. Maar een beenlengteverschil kan ook ontstaan in de groeifase bij kinderen. Hierbij groeit het ene been meer dan het andere. Meestal trekt dit weer bij in een volgende groeifase, waarbij het eerst kortere been weer meer groeit dan het andere langere been. Uiteindelijk aan het eind van de groei staat alles weer gelijk en recht. Afwijkende voetstanden of botstructuren (eenzijdig X- of O-been) kunnen ook een beenlengteverschil geven. Bijvoorbeeld als een voet platter is of meer naar binnen zakt dan de andere voet, geeft dit in stand en bij het lopen een verschil in lengte waardoor het bekken scheef komt te staan en ook een scoliose het gevolg kan zijn.

Podotherapeut

Een podotherapeut kan in een onderzoek nagaan of uw afwijkende stand(en) in uw rug voortkomt uit een verkeerde of afwijkende voet-/beenstand of verkeerd looppatroon. De podotherapeut kan u een passend/juist schoenadvies geven en met behulp van podotherapeutische zolen uw voetstand corrigeren of het beenlengteverschil compensere

S

De meeste botten zijn met elkaar verbonden door gewrichten. Er zijn er een paar uitzonderingen. Dit zijn de sesamoïdes. Deze staan in contact met pezen of zijn door spieren ingekapseld.

De knieschijf (patella) is het grootste sesamoïde. Twee andere hele kleine sesamoïdes (sesambeentjes) bevinden zich aan de onderzijde van de voet, bij de grote teen. Ze zorgen voor een glad oppervlak waarover de pezen kunnen glijden en helpen de pezen meer spierkracht te ontwikkelen. De sesamoïdes in de voorvoet zijn ook van dienst bij het dragen van het lichaamsgewicht.
Net als andere botten kunnen de sesamoïdes breken. Ook kunnen de pezen in de omgeving van de sesamoïdes geïrriteerd of ontstoken raken. Dit noemen we sesamoïditis en is een vorm van een peesontsteking. Dit komt o.a. veel voor bij balletdanseressen, hardlopers en volleyballers.

De pijn is geconcentreerd onder de grote teen ter hoogte van de bal van de voet. Bij sesamoïditis ontstaat de pijn geleidelijk. Bij een breuk (fractuur) ontstaan er plotseling klachten.
Zwelling kan, maar hoeft niet. Buigen en strekken van de grote teen kan lastig en pijnlijk zijn.

De behandeling van sesamoïditis is meestal conservatief, dat wil zeggen zonder ingrijpende maatregelen. De activiteit/belasting die de klachten heeft veroorzaakt moet gestopt worden. De voetzool ontlasten en “ijs” eventueel de aangedane plaats.

De podotherapeut kan vaak de oorzaak traceren en behandelen. De pijnlijke sesambeentjes kunnen drukvrij gelegd worden middels een zooltherapie of direct te ontlasten met een taping of vilttherapie.

Komt vaak voor bij loop-sporten, waarbij de voet teveel naar binnen beweegt(overpronatie). Dit kan komen door verkeerd schoeisel, voetstand of voet afwikkeling.

De voornaamste klacht is pijn. Meestal op de onderste helft van het scheenbeen, aan de binnenzijde. De pijn kan ook hoger (tot aan de knie) of lager (tot aan de binnenenkel) worden gevoeld.
Er is sprake van een scherpe, stekende pijn. Soms is er een licht oppervlakkige zwelling ter plaatse van de pijn en wordt er een ‘strengetje’ gevoeld.Bij heviger klachten wordt het als ‘stokslagen’ aangegeven. Er is dan duidelijk te lang met de klachten doorgelopen. De pijn wordt gevoeld bij de landing en ook wel bij de afzet. Soms bij het hurken. Aanraking geeft veel pijn. De klachten/pijn kan erger worden bij een lager looptempo. Afhankelijk van de ernst kan met hardlopen worden doorgegaan. Vaak is de pijn daar te hevig voor. Ondanks een rustperiode komen de klachten vaak terug als geen aanvullende behandeling wordt gegeven.

Een podotherapeut bespreekt de alledaagse activiteiten, maar ook zeker sportspecifieke aspecten. Vanwege de veelzijdigheid van het probleem zijn er verschillende therapieën mogelijk: sportinlegzolen, schoenadvies, tijdelijke ontlasting (zool) in combinatie met fysiotherapie, loopadvies etc.

T

Het tarsaal tunnel syndroom komt overeen met het meer bekende carpaal tunnel syndroom (bij de pols) en wordt veroorzaakt door beknelling van een zenuw: de nervus tibialis.
De nervus tibialis volgt een lange, kronkelige route, vanaf de rug via de achterkant van het been naar de enkel. Vlak boven de enkel draait de zenuw naar binnen naar de binnenenkel toe. Daar ligt de nervus tibialis, samen met een slagader, tussen 3 spiergroepen in. Dit alles wordt strak bij elkaar gehouden door een stevige band (het ligament laciniatum) aan de binnenzijde van de enkel. De zenuw loopt als het ware door een tunnel; de tarsaal tunnel.

Oorzaak

Doordat de zenuw omringd is door pezen van grote spieren, is het meestal één (of meerdere) van deze pezen die verdikt is en meer ruimte vraagt in de tarsaal tunnel. Dit veroorzaakt druk of beknelling van de zenuw in de tarsaal tunnel. De tarsaal tunnel kan bij letsels van de enkel, maar ook door standsafwijkingen van de voet en enkel nauwer worden.

Klachten

Takjes van de zenuw (n.tibialis) lopen van de binnenenkel naar het hielbeen en naar de onderkant van de voet en kunnen dan pijn, tintelingen en soms een doof gevoel veroorzaken. Het heffen van de voet en het naar binnen knikken van de enkel veroorzaken ook vaak pijnklachten. De klachten treden vooral ’s avonds en ’s nachts op, voornamelijk na lang staan en hardlopen, terwijl er in de ochtenduren meestal weinig klachten zijn.

Podotherapeut

In een onderzoek kan de podotherapeut achterhalen welke structuren de beknelling van de zenuw veroorzaken. Meestal ligt de oorzaak bij standsafwijking van de voet en enkel, en vooral het naar binnen zakken/knikken hiervan. Veelal kan de podotherapeut dit middels een zooltherapie corrigeren. Hierdoor vermindert de druk op de zenuw in de tarsaal tunnel en zal de zenuw kunnen herstellen.

Wat is het?

De tractus iliotibialis is een dikke bindweefselplaat(spierfascie). Loopt vanaf de heupkam, langs de zijkant van het bovenbeen/knie tot aan de aanhechting op het onderbeen(tibia).

Een slijmbeurs/bursa (ter hoogte van het uitstekende deel van het bovenbeen)en de tractus iliotibialis om wrijving te voorkomen. De tractus iliotibialis heeft als functie het leveren van stabiliteit aan de buitenkant van de knie. Wanneer de knie buigt verschuift de ligging van de tractus iliotibialis iets naar achteren en wanneer de knie zich weer strekt schiet hij weer terug naar voren. Deze beweging is meestal verantwoordelijk voor de irritatie en ontstekingen van de tractus iliotibialis en slijmbeursontsteking.

Oorzaak

Frictie(wrijving) syndroom geeft eigenlijk al aan dat we hier te maken hebben met een klacht die ontstaat door overbelasting. Deze overbelasting kan onder andere ontstaan door:

  • Holvoet. Dit stugge voettype heeft een minder schokdemping in de voet en enkel waardoor er grotere krachten op de knie komen te staan.
  • Een enkel die naar binnen zakt (overproneren) waardoor de knie meer naar binnen draait (endorotatie). Hierbij wordt de tractus strakker aan getrokken als deze over de knie beweegt.
  • O-benen brengen de tractus meer op spanning.
  • Beenlengte verschil. Bijvoorbeeld, het langere been draait naar binnen, ter compensatie) waardoor de tractus strakker wordt aangetrokken.
  • Slappe kniebanden. Waardoor de knie tijdens het (hard)lopen meer naar buiten draait.
  • Schoeisel. Slechte schokdemping of waarbij de voet, en knie, op naar buiten zakt.
  • Wegdek. Als je, bijvoorbeeld, steeds aan dezelfde kant van een bolle weg loopt.

De pijn, variërerend van dof tot scherp/stekend, is meestal aan de buitenzijde van de knie. De slijmbeurs ( bij de heup) kan pijnlijk zijn tijdens het lopen of lokale druk (bijvoorbeeld er op liggen)

Een podotherapeut onderzoekt wat de oorzaak is. Bijv.: verkeerde voetstand, beenlengte verschil, afwijkingen in het looppatroon of schoeisel-gerelateerd.

De podotherapeut geeft advies m.b.t. de dagelijkse bezigheden of een schoeisel. Daarnaast kan de podotherapeut middels een zooltherapie uw verkeerde voetstand corrigeren of bij beenlengteverschil, dit opheffen.

V

Bij een verzwikking/verstuiking worden de spieren/pezen of enkelbanden (ligamenten) overrekt.

Vaak gebeurt dit door een onverwachte, verkeerde beweging waarbij de voet te ver naar binnen of naar buiten omklapt. Sommige mensen hebben regelmatig last van een verzwikte enkel. Dat kan komen door slappe enkelbanden, bijvoorbeeld doordat de enkel al eens eerder verstuikt/verzwikt is.
De meeste verzwikkingen/verstuikingen ontstaan door een inversie trauma waarbij de voet naar buiten omkantelt, en de laterale (aan de buitenzijde) enkelbanden worden beschadigd. Pronatie trauma’s aan de mediale (binnenzijde) enkelbanden, veroorzaakt door naar binnen omkantelen van de voet, komt niet vaak voor.

Een verzwikte enkel geeft in het begin veel pijn, dat je er niet op kunt lopen. Als de enkelbanden overrekt zijn, kunnen er kleine scheurtjes in ontstaan. Soms scheurt de hele enkelband. Dan gaan er bloedvaatjes stuk, dit zorgt dat de enkel dik en blauw wordt. Soms wordt er een stukje bot meegetrokken. Dit is een avulsie fractuur (breuk) genoemd. Dit wordt behandeld als een breuk.

Een snelle en goede behandeling kan chronische pijn en instabiliteit voorkomen.

  • ” ijs” m.b.v een coldpack de enkel om zwelling te voorkomen.
  • de enkel ontlasten. Tot de ergste zwelling weg is, zo min mogelijk lopen.
  • hoog leggen van de enkel vermindert de zwelling.
  • regelmatig bewegen van de enkel om stijfheid te voorkomen.
  • langzamerhand steeds meer lopen. Niet te veel door de pijngrens gaat.
  • drukverbanden, immobiliseren en ondersteunen(taping) van de blessure.
  • goede ‘warming-up ’en “cooling down” bij een training of wedstrijd verminderen de kans op blessures.

Een verzwikking/verstuiking of scheur hersteld bijna altijd vanzelf. De enkel kan nog een paar maanden gevoelig of wat dikker worden of warm aanvoelen dit is een teken dat u net iets teveel heeft gedaan. Sporadisch is een operatie nodig, om de banden in te korten, meestal gebeurt dit bij fanatieke sporters. Ook wordt in bepaalde gevallen een gipsspalk voorgeschreven, dit moet dan enkele weken.
Het is noodzakelijk dat tijdens het sporten of een andere hoge inspanning de enkel wordt ondersteund door bijvoorbeeld tape of een enkelbandage. De enkel is zeker de eerste maand nog zeer onstabiel. Dit komt doordat de enkelbanden opgerekt zijn en je niet helemaal goed meer aanvoelt hoe de enkel in de ruimte staat. De kans dat je er de eerste weken door heen zal gaan is groot. Dit is niet alleen zeer pijnlijk maar vertraagd ook het herstel proces.

De podotherapeut komt pas in actie als het natuurlijke herstelproces niet voldoende is voor een volledig herstel. Vaak bent u dan al onder behandeling van een fysiotherapeut (om enkel/banden te versterken), maar blijven er klachten van instabiliteit tijdens het lopen. Indien dit klachten rond de enkel blijft veroorzaken en het herstelproces zodanig vertraagd kan de podotherapeut met een zooltherapie de enkel stabiliseren.
Sommige mensen verzwikken hun voet regelmatig, wanneer dit het gevolg is van een afwijkende voetstand, kan de podotherapeut preventieve maatregelen nemen.